Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
Logo van Salland
  • Terug naar home
×
Zoekresultaten

Inhoudsopgave

Salland Zorgkantoor B.V.
  • WNT-verantwoording 2025
Toegankelijk online document

WNT-verantwoording
Salland Zorgkantoor BV 2025

Salland Zorgkantoor BV

Salland Zorgkantoor B.V.

WNT-verantwoording 2025

De WNT is van toepassing op Salland Zorgkantoor B.V. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Salland Zorgkantoor B.V. van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de zorgverzekeraars met minder dan 300.000 verzekerden (klasse C).  Het voor Salland Zorgkantoor B.V. toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 251.000.

Algemene toelichting 

Tot en met 2021 is de WNT-verantwoording opgesteld op totaal samengevoegd niveau op basis van de bezoldiging aan natuurlijke personen, terwijl in geval van WNT-instellingen binnen een groep de verantwoording per WNT-instelling op basis van ten laste van deze WNT-instelling komende kosten voor de uitoefening van de functie van topfunctionarissen werd verwacht. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: ‘BZK’) heeft dit in november 2022 bij de publicatie van de Uitvoeringsregeling WNT 2023 aangegeven. Met de wijziging van artikel 5c derde lid in de Uitvoeringsregeling WNT 2023 is duidelijkheid ontstaan over de wijze van verantwoorden. Echter door de conversie van topfunctionarissen in dienstbetrekking naar topfunctionarissen zonder dienstbetrekking en verantwoording per WNT-instelling in plaats van op totaalniveau zijn knelpunten ontstaan ten aanzien van zowel de verantwoording als de controle van WNT-groepsverantwoordingen. Deze knelpunten leiden tot (norm)onduidelijkheid ten aanzien van het bezoldigingsbegrip, de omvang van het dienstverband (deeltijdfactor dan wel uren-inzet), het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum en hieruit resulterend een mogelijke onverschuldigde betaling. 

De WNT-groepsverantwoordingsproblematiek komt naar voren als gevolg van de wijziging in de Uitvoeringsregeling WNT 2023, maar wordt in de kern veroorzaakt door een al vele jaren bestaande weeffout in de WNT. Het ministerie van BZK heeft aangegeven dat reparatie van de wetgeving (2e Evaluatiewet WNT) op z’n vroegst vanaf 2026 in werking kan treden. Voor de tussenliggende jaren moest derhalve gezocht worden naar een oplossing. Voor de WNT-groepsverantwoording 2022 heeft dit geleid tot het voor één jaar buiten de controlescope van accountants plaatsen van de WNT-groepsverantwoording. Dit bood WNT-instellingen de mogelijkheid om de WNT-groepsverantwoording 2022 ongewijzigd te laten en hiermee werd een overgangsperiode gerealiseerd om de problematiek op te lossen. Het ministerie van BZK heeft naar aanleiding van een brief van Zorgverzekeraars Nederland aangegeven meer duidelijkheid te verschaffen middels het Verantwoordingsmodel WNT 2023. Dit model is eind april 2023 gepubliceerd, waarbij aandacht wordt gevraagd voor de WNT-groepsverantwoording, maar de verwachte nadere duiding niet toereikend is opgenomen.

Ondanks alle inspanningen van verschillende partijen die na april 2023 zijn gedaan om de problematiek op te lossen dan wel middels het verkrijgen van duidelijkheid over de norm, dan wel middels aanpassing van de Regeling Sectorale Bezoldigingsnorm Topfunctionarissen Zorgverzekeraars dan wel middels een tijdelijke uitvoeringsregeling WNT, dan wel anderszins, is de WNT-groepsverantwoordingsproblematiek tot op heden niet opgelost. De uitvoeringsregeling WNT 2025 is niet veranderd ten opzichte van 2023 en daarmee is de problematiek onveranderd in 2025. Het ministerie van BZK houdt vast aan uitvoering van de WNT-groepsverantwoording op basis van de nieuwe nadere uitleg zoals opgenomen in de memorie van toelichting bij de Uitvoeringsregeling WNT 2023.

Nadere toelichting WNT-groepsverantwoordingsproblematiek 

Zoals hiervoor opgenomen heeft de wijziging in de Uitvoeringsregeling WNT 2023 in het geval van intra-groep detachering geresulteerd in verantwoordingsproblematiek ten aanzien van het bezoldigingsbegrip, de omvang van het dienstverband (deeltijdfactor dan wel uren-inzet), het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum en hieruit resulterend een mogelijke onverschuldigde betaling. In de eerste plaats is in de wet- en regelgeving ten aanzien van genoemde elementen voor topfunctionarissen waarbij sprake is van intra-groep detachering geen dan wel geen eenduidige norm opgenomen. Hierdoor zijn wij genoodzaakt om eigen interpretaties toe te passen over wat als bezoldiging, deeltijdfactor c.q. uren-inzet, individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum en hieruit resulterende onverschuldigde betaling verantwoord moet worden.

In het verantwoordingsmodel WNT 2024 en 2025 dat ter beschikking is gesteld door het ministerie van BZK is ter verduidelijking van artikel 5c derde lid van de Uitvoeringsregeling 2024 en 2025 opgenomen dat voor de WNT-verantwoording de vereiste gegevens per topfunctionaris waarbij sprake is van intra-groep detachering, vastgelegd moeten zijn. Dit heeft betrekking op de deeltijdfactor (na 13e maand van de functievervulling), de uren-inzet (in 1e 12 maanden van de functie-vervulling) en de doorbelaste kosten voor de vervulling van de functie van topfunctionaris. Hieronder is per element een toelichting op de problematiek opgenomen. 

Bepaling deeltijdfactor 

Ter verduidelijking van hoe de deeltijdfactor bepaald moet worden als een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere rechtspersonen werkzaam is binnen een groep van rechtspersonen, waarvan twee of meer rechtspersonen kwalificeren als WNT-instelling, is in oktober 2023 een Q&A gepubliceerd. Hierbij is opgenomen dat de deeltijdfactor bepaald moet worden op basis van hetgeen is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst afgesloten met de holding of de personeelsvennootschap dan wel hetgeen is vastgelegd in de statuten, waarbij tevens vastgesteld moet worden of hetgeen is afgesproken c.q. vastgesteld, overeenkomt met de praktijk. De toepassing hiervan leidt tot verantwoordings- en controleproblematiek ten aanzien van de deeltijdfactor. 

Bepaling uren-inzet 

Voor een topfunctionaris niet in dienstbetrekking dient in de eerste twaalf maanden van de functievervulling de werkelijke uren-inzet verantwoord te worden. Voor topfunctionarissen waarbij sprake is van intra-groep detachering is veelal geen sprake van een (sluitende) urenregistratie aangezien de topfunctionaris een dienstbetrekking heeft bij een andere rechtspersoon binnen de groep. Indien wel inzicht zou bestaan in de totale werkelijke uren-inzet dan vormt de betrouwbare verdeling van de uren-inzet naar individuele WNT-instellingen een knelpunt. Dit leidt tot verantwoordings- en controleproblematiek ten aanzien van de uren-inzet. 

Bepaling doorbelaste kosten voor de vervulling van de functie van topfunctionaris 

De doorbelaste kosten voor de vervulling van de functie van topfunctionaris dienen te worden bepaald op basis van artikel 2a van de Uitvoeringsregeling. De toepassing van dit artikel leidt tot verantwoordings- en controleproblematiek. In de wet- en regelgeving is het bezoldigingsbegrip in geval van intra-groep detachering namelijk niet verder uitgewerkt. De kosten voor het vervullen van de functie van topfunctionaris is een open begrip; een limitatieve opsomming in de wet- en regelgeving ontbreekt. Een nadere definiëring van bijvoorbeeld bureaukosten en hoe gemeenschappelijke kosten aan individuele topfunctionarissen dan wel WNT-instellingen mogen dan wel moeten worden toegerekend is niet opgenomen. Tenslotte is voor de verdeling van de totale kosten naar individuele (WNT-) instellingen in de WNT geen objectieve norm opgenomen. 

De normonduidelijkheid ten aanzien van vorenstaande werkt door in het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum en daarmee een mogelijke onverschuldigde betaling. Uit vorenstaande blijkt dat sprake is van normonduidelijkheid op verschillende elementen van de WNT-groepsverantwoording. Daarnaast is het voor ons als WNT-instelling niet mogelijk om over 2024 en 2025 aan de vereisten voor de benodigde gegevens te voldoen die door het ministerie van BZK in november 2022 en gedurende 2023 zijn gepubliceerd. Hierdoor zijn wij genoodzaakt om eigen aannames en uitganspunten te hanteren bij het opstellen van de WNT-verantwoording 2025 inclusief vergelijkende cijfers 2024. Deze aannames en gehanteerde uitgangspunten worden hierna nader toegelicht.

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling 2025

bedragen x € 1

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Functie(s)

P. Teunis MBA

Voorzitter Raad van Bestuur

Drs. E.L. Hooiveld RA

Lid Raad van Bestuur

Aanvang en einde functievervulling in 2025

P. Teunis MBA

1/1 - 31/12

Drs. E.L. Hooiveld RA

1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1)

P. Teunis MBA

0,090*

Drs. E.L. Hooiveld RA

0,090*

Dienstbetrekking? 2)          

P. Teunis MBA

nee

Drs. E.L. Hooiveld RA

nee

Bezoldiging 3)

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Beloning plus belastbare onkostenvergoeding

P. Teunis MBA

22.590

Drs. E.L. Hooiveld RA

22.590

Beloningen betaalbaar op termijn

P. Teunis MBA

  6.897

Drs. E.L. Hooiveld RA

6.021

Subtotaal

P. Teunis MBA

29.487

Drs. E.L. Hooiveld RA

28.611

Individueel toepasselijke bezoldigingmaximum 4)

P. Teunis MBA

22.590

Drs. E.L. Hooiveld RA

22.590

-/- onverschuldigde betaald en nog niet terugontvangen bedrag

P. Teunis MBA

0

Drs. E.L. Hooiveld RA

0

Bezoldiging

P. Teunis MBA

29.487

Drs. E.L. Hooiveld RA

28.611

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

P. Teunis MBA

6.897

Er is sprake van een optische overschrijding omdat het onderdeel 'beloningen betaalbaar op termijn' op grond van de Regeling Sectorale Bezoldigingsnorm Topfunctionarissen Zorgverzekeraars niet genormeerd is.

Drs. E.L. Hooiveld RA

6.021

Er is sprake van een optische overschrijding omdat het onderdeel 'beloningen betaalbaar op termijn' op grond van de Regeling Sectorale Bezoldigingsnorm Topfunctionarissen Zorgverzekeraars niet genormeerd is.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

P. Teunis MBA

N.v.t.

Drs. E.L. Hooiveld RA

N.v.t.

*Het totale dienstverband is 1 fte. De resterende kosten worden voor 0,910 fte doorbelast naar Salland Aanvullende Verzekeringen N.V. en Salland Zorgverzekeraar N.V.

 

 

 

Gegevens 2024

bedragen x € 1

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Functie(s)

P. Teunis MBA

Voorzitter Raad van Bestuur

Drs. E.L. Hooiveld RA

Lid Raad van Bestuur

Aanvang en einde functievervulling in 2024

P. Teunis MBA

1/1 - 31/12

Drs. E.L. Hooiveld RA

1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1)

P. Teunis MBA

0,09*

Drs. E.L. Hooiveld RA

0,09*

Dienstbetrekking? 2)

P. Teunis MBA

Nee

Drs. E.L. Hooiveld RA

Nee

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Bezoldiging 3)

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Beloning plus belastbare onkostenvergoeding

P. Teunis MBA

21.083

Drs. E.L. Hooiveld RA

21.083

Beloningen betaalbaar op termijn

P. Teunis MBA

  5.819

Drs. E.L. Hooiveld RA

  5.643

Subtotaal

P. Teunis MBA

26.901

Drs. E.L. Hooiveld RA

26.725

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Individueel toepasselijk WNT-maximum 4)

P. Teunis MBA

21.083

Drs. E.L. Hooiveld RA

21.083

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

-/- onverschuldigde betaald en nog niet terugontvangen bedrag

P. Teunis MBA

0

Drs. E.L. Hooiveld RA

0

P. Teunis MBA

Drs. E.L. Hooiveld RA

Bezoldiging

P. Teunis MBA

26.901

Drs. E.L. Hooiveld RA

26.725

*Het totale dienstverband is 1 fte. De resterende kosten worden voor 0,91 fte doorbelast naar Salland Aanvullende Verzekeringen N.V. en Salland Zorgverzekeraar N.V.

1) Nadere toelichting omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Vanwege normonduidelijkheid zijn wij genoodzaakt op basis van eigen interpretaties de omvang van het dienstverband als deeltijdfactor in fte te bepalen. De opgenomen deeltijdfactor is gebaseerd op de gehanteerde kostenverdeelsleutel voor de toerekening van salariskosten aan de individuele WNT-instelling vermenigvuldigd met de omvang van de dienstbetrekking van de topfunctionaris, met een maximum van 1 fte. 

2) Nadere toelichting dienstbetrekking 

Vanaf 2022 worden de topfunctionarissen waarbij sprake is van intra-groep detachering niet langer verwerkt als zijnde topfunctionarissen in dienstbetrekking, maar als topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in lijn met artikel 5c derde lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2024 en 2025. In deze tabel zijn de topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, met een dienstverband met de WNT-instelling (intra-groep detachering) vanaf de 13e maand van de functievervulling opgenomen. 

3) Nadere toelichting bezoldiging 

De opgenomen bezoldiging betreft niet de bezoldiging die de topfunctionaris als natuurlijke persoon ontvangt, maar de doorbelaste kosten aan de WNT-instelling voor het vervullen van de functie van de betreffende topfunctionaris. Vanwege normonduidelijkheid zijn wij genoodzaakt op basis van eigen interpretaties de bezoldiging te bepalen. Wij hebben de bezoldiging op basis van doorbelaste kosten bepaald op basis van de vanuit de salarisadministratie doorbelaste salariskosten vermeerderd met evident aan de topfunctionaris toe te rekenen kosten voor de functievervulling, zoals de leasekosten voor de ter beschikking gestelde auto. Het totaal van deze kosten is toegerekend aan de individuele WNT-instelling op basis van de kostenverdeelsleutel zoals deze gehanteerd wordt. Het eventueel onverschuldigde betaalde maar inmiddels terugbetaalde bedrag is hierop conform de vereisten in mindering gebracht. 

Het subtotaal en het totaal van de bezoldiging 2025 en 2024 staan vermeld inclusief de doorbelaste kosten voor beloningen betaalbaar op termijn. De beloningen betaalbaar op termijn tellen echter niet mee bij de bepaling van het sectorale bezoldigingsmaximum voor zorgverzekeraars zoals deze geldt voor topfunctionarissen in dienstbetrekking, zie toelichting bij 4 hieronder. 

4) Nadere toelichting individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 

Voor leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking met intra—groep detachering is gegeven de normonduidelijkheid ten aanzien van de deeltijdfactor eveneens sprake van normonduidelijkheid voor het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum. Daarnaast is in de wet- en regelgeving geen specifieke norm voor intra-groep detachering, waarbij geen sprake is van bezoldiging van natuurlijke personen, maar van de doorbelaste kosten voor de vervulling van de functie van topfunctionaris, opgenomen. Het verantwoorde individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum is bepaald door de omvang van het dienstverband, zoals hiervoor uiteengezet, te vermenigvuldigen met het voor de WNT-instelling toepasselijke bezoldigingsmaximum. 

Dit maximum is exclusief de beloningen betaalbaar op termijn. Voor de bepaling van een eventueel onverschuldigd betaald bedrag moet rekening gehouden worden met het feit dat voor zorgverzekeraars de sectorale bezoldigingsnorm wordt verhoogd met de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn, bestaande uit het voor de betreffende topfunctionaris vastgestelde bedrag aan werkgeversbijdrage in de premie voor de reguliere pensioenafspraken van de geldende pensioenregeling. Dit is betrokken bij de bepaling of in geval van een overschrijding sprake is van een onverschuldigde betaling. Gezien vorenstaande is dit voor alle topfunctionarissen van alle WNT-instellingen zoals opgenomen in de verantwoording niet het geval. 

Toezichthoudende topfunctionarissen 2025

bedragen x € 1

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

H. den Boer

M. A. Sleeuwenhoek

Functie(s)

R. Nagel 

Voorzitter Raad van Commissarissen

M.G. Bakker

Lid Raad van Commissarissen

I. van den Heuvel

Lid Raad van Commissarissen

H. den Boer

Lid Raad van Commissarissen

M. A. Sleeuwenhoek

Lid Raad van Commissarissen

Aanvang en einde functievervulling in 2025

R. Nagel 

1/1 - 31/12

M.G. Bakker

1/1 - 31/12

I. van den Heuvel

1/1 - 31/12

H. den Boer

1/1 - 31/12

M. A. Sleeuwenhoek

1/1 - 31/12

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

H. den Boer

M. A. Sleeuwenhoek

Bezoldiging 1)

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

H. den Boer

M. A. Sleeuwenhoek

Bezoldiging

R. Nagel 

3.389

M.G. Bakker

2.259

I. van den Heuvel

2.259

H. den Boer

2.259

M. A. Sleeuwenhoek

2.259

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

H. den Boer

M. A. Sleeuwenhoek

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 2)

R. Nagel 

37.650

M.G. Bakker

25.100

I. van den Heuvel

25.100

H. den Boer

25.100

M. A. Sleeuwenhoek

Ad 1) Nadere toelichting bezoldiging 

De totale bezoldiging voor de toezichthoudende topfunctionarissen is bepaald in lijn met de bepalingen zoals opgenomen in wet- en regelgeving. Vanwege normonduidelijkheid zijn wij genoodzaakt op basis van eigen interpretaties de toerekening van deze totale bezoldiging naar de individuele WNT-instelling te bepalen. De verdeling is bepaald door de totale bezoldiging toe te rekenen op basis van de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van deze kosten aan de individuele WNT-instelling. 

Ad2) Nadere toelichting individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Op basis van de WNT wordt de maximum bezoldiging voor leden van de RvC gemaximeerd op 15% (voorzitter) en 10% (overige leden), van het bezoldigingsmaximum voor de organisatie. 

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Gegevens 2024

bedragen x € 1

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

L.J. Roodbol

M. A. Sleeuwenhoek

Functie(s)

R. Nagel 

Voorzitter Raad van Commissarissen

M.G. Bakker

Lid Raad van Commissarissen

I. van den Heuvel

Lid Raad van Commissarissen

L.J. Roodbol

Lid Raad van Commissarissen

M. A. Sleeuwenhoek

Lid Raad van Commissarissen

Aanvang en einde functievervulling in 2024

R. Nagel 

1/1 - 31/12

M.G. Bakker

1/1 - 31/12

I. van den Heuvel

1/1 - 31/12

L.J. Roodbol

1/1 - 31/12

M. A. Sleeuwenhoek

1/1 - 31/12

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

L.J. Roodbol

M. A. Sleeuwenhoek

Bezoldiging

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

L.J. Roodbol

M. A. Sleeuwenhoek

Bezoldiging

R. Nagel 

3.162

M.G. Bakker

2.108

I. van den Heuvel

2.108

L.J. Roodbol

2.108

M. A. Sleeuwenhoek

2.108

R. Nagel 

M.G. Bakker

I. van den Heuvel

L.J. Roodbol

M. A. Sleeuwenhoek

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 1)

R. Nagel 

36.000

M.G. Bakker

24.000

I. van den Heuvel

24.000

L.J. Roodbol

24.000

M. A. Sleeuwenhoek

Ad 1) Nadere toelichting individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Op basis van de WNT wordt de maximum bezoldiging voor leden van de RvC gemaximeerd op 15% (voorzitter) en 10% (overige leden), van het bezoldigingsmaximum voor de organisatie.  

Ad 2) Nadere toelichting bezoldiging 

De totale bezoldiging voor de toezichthoudende topfunctionarissen is bepaald in lijn met de bepalingen zoals opgenomen in wet- en regelgeving. Vanwege normonduidelijkheid zijn wij genoodzaakt op basis van eigen interpretaties de toerekening van deze totale bezoldiging naar de individuele WNT-instelling te bepalen. De verdeling is bepaald door de totale bezoldiging toe te rekenen op basis van de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van deze kosten aan de individuele WNT-instelling. 

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2024 een bezoldiging boven het toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Versie YaOPgb25-06-2026
  • Bekijk PDF
  • Privacy
  • Security
  • Cookiebeleid
  • Disclaimer
  • Fraudebeleid

Salland Zorgverzekeraar publiceert haar WNT-verantwoording
Salland Zorgkantoor BV in een toegankelijk online document. Dat betekent dat deze voor alle doelgroepen beter te gebruiken is. En dat vinden wij belangrijk bij Salland Zorgverzekeraar.